Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:921.
Een andere uitleg zou bovendien leiden tot verschil tussen het onderhavige geval en de situatie dat de wederpartij de ontbinding van de overeenkomst inroept en de curator wél teruggave van de prestatie of vergoeding van de waarde daarvan kan vorderen. Ook voor dat verschil bestaat volgens het hof geen goede grond (rov 5.3, eerste alinea). Dit argument omschrijft in feite de consequentie van het met de invoering van het huidige art. 37 Fw verkregen systeem, namelijk dat geen automatische ontbinding plaatsvindt bij niet-gestanddoening maar dat het aan de wederpartij is om haar keuze te maken, terwijl art. 37 Fw niet de verplichting bevat voor de wederpartij is om een keuze te maken (vergelijk hiervoor bij punt 2.10). Een echt argument acht ik dit dan ook niet. Hoogstens kan gezegd worden, zoals hiervoor al aan de orde kwam, dat de wetgever ervan is uitgegaan dat de wederpartij enige keuze zou maken en niet heeft gedacht aan het geval dat de wederpartij dat niet doet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37, en de alinea staat in dat document op bytes 59380 tot 60421.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37 | shasum -a 256