Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:921.

In de eerste plaats is daarvoor, zoals gezegd, steun te vinden in de letterlijke tekst van art. 37 lid 1 Fw. Deze bepaling zegt immers dat de curator bij niet-gestanddoening het recht verliest zijnerzijds nakoming van de overeenkomst, in het geval dat een wederkerige overeenkomst ten tijde van de faillietverklaring zowel door de schuldenaar (de failliet) als door zijn wederpartij niet of slechts gedeeltelijk is nagekomen. Het is dus aan de curator om te kiezen: als hij de overeenkomst gestand doet kan hij nakoming vragen van de wederpartij van diens prestatie (in casu: betaling van de aanneemsom) en als hij de overeenkomst niet gestand doet kan hij dat niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37, en de alinea staat in dat document op bytes 65599 tot 66280.