Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:921.
Wanneer de argumenten vóór en tegen een restrictieve uitleg van art. 37 Fw worden overzien, meen ik dat de argumenten vóór veel sterker zijn. De argumenten tegen komen er grotendeels op neer dat de wet nu eenmaal luidt zoals zij luidt, maar wanneer de wetsgeschiedenis in ogenschouw wordt genomen kan moeilijk tot een andere conclusie worden gekomen dan dat daaruit niet blijkt dat bedoeld is de curator het recht op nakoming te ontzeggen van een vordering die reeds is ontstaan voor datum faillissement. Onder art. 37 Fw (oud) had de curator dit recht in ieder geval wel. Ik meen dan ook dat het recht op nakoming door de curator niet vervalt voor zover het gaat om de verplichtingen van de wederpartij die de tegenprestatie vormen van de vóór datum faillissement reeds door de schuldenaar verrichte prestaties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37, en de alinea staat in dat document op bytes 76196 tot 77042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37 | shasum -a 256