Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:921.

Onderdeel 2 3.1 Volgens onderdeel 2.1a geeft het oordeel van het hof in rov. 9, dat de voor de vordering tot vervangende schadevergoeding benodigde schriftelijke omzettingsverklaring niet is uitgebracht, blijk van een onjuiste rechtsopvatting omdat geen omzettingsverklaring vereist is indien nakoming (reeds) blijvend onmogelijk is. Wanneer nakoming blijvend onmogelijk is, is immers art. 6:87 BW niet van toepassing en kan de schuldeiser rechtstreeks op grond van art. 6:74 lid 1 BW vervangende schadevergoeding vorderen. Althans is ‘s hofs (impliciete) oordeel dat een omzettingsverklaring vereist is, rechtens onjuist en/of onbegrijpelijk gemotiveerd, nu vaststaat dat de curator de overeenkomst niet gestand heeft gedaan, waarmee de toerekenbare tekortkoming aan de zijde van de boedel bij voorbaat vaststond. Doordat het werk nadien (noodzakelijkerwijs) door een andere aannemer is voltooid, was nakoming door de curator op het moment dat de curator aanspraak maakte op betaling inmiddels blijvend onmogelijk geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8233587397c2aae8b56f9d834e0eb8cd37c1f07c560c894abce4dd1d2337ba37, en de alinea staat in dat document op bytes 80009 tot 81157.