Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:926.

Subonderdeel 3.2 is gericht tegen de laatste alinea van rov. 4.8. Daar overweegt de rechtbank onder meer dat de curator in het kader van art. 37 Fw weliswaar gehouden is zich binnen een redelijke termijn uit te laten over de gestanddoening van de overeenkomst, maar dat bij het bepalen van de duur van deze redelijke termijn alle omstandigheden van het geval van belang zijn. De rechtbank overweegt vervolgens dat deze termijn in het onderhavige geval niet verstreken was in de periode dat CTAC de dienstverlening tijdens de afkoelingsperiode (gedwongen) voortzette. CTAC lijkt – het subonderdeel is daarin niet heel duidelijk – te klagen dat de rechtbank zou hebben miskend dat het niet nodig is dat een (redelijke) termijn wordt gesteld in gevallen waarin de Curator uit eigen beweging een overeenkomst gestand doet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de75b31fd3e024c85381041f3f835cf9ff0a8775625827e76610331784544634. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de75b31fd3e024c85381041f3f835cf9ff0a8775625827e76610331784544634, en de alinea staat in dat document op bytes 58009 tot 58892.