Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016

Onder 3.36 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:929.

In ’s hofs oordelen dat de in de uitzending behandelde klachten voldoende steun vonden in het destijds beschikbare feitenmateriaal; dat het tot de journalistieke vrijheid van Vara behoorde om te beoordelen of (dan wel hoe) zij gelet op de schriftelijke en mondelinge reactie van [betrokkene 8] tot uitzending over zou gaan en dat niet gezegd kan worden dat Vara gelet op al het materiaal waarover zij beschikte een diffamerend beeld van Pretium heeft geschetst of de klachten heeft “geadopteerd”, ligt een voldoende kenbare afweging van de genoemde belangen besloten. Ook hier geldt weer dat het aan de feitenrechter is voorbehouden om te beoordelen welk gewicht aan de verschillende belangen (omstandigheden) dient te worden toegekend. Onbegrijpelijk is ’s hofs oordeel niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96c52ecdf607f4861d99d1c1a715cff15e009401ca182bfbf8c7df9081342c8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96c52ecdf607f4861d99d1c1a715cff15e009401ca182bfbf8c7df9081342c8d, en de alinea staat in dat document op bytes 90726 tot 91524.