Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:929.
Bij de toetsing of de beperking noodzakelijk is, kan de rechter voor de vraag komen te staan hoe de noodzaak voor een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting zich verhoudt tot de noodzaak voor een inbreuk op het recht van eerbieding van de eer en de goede naam. Het EHRM hanteert als uitgangspunt dat deze twee fundamentele rechten een gelijkwaardig niveau hebben. Niet kan worden gezegd dat in het algemeen een ‘ presumption in favour ’ voor één van beide rechten bestaat. Het criterium is of de nationale rechter een ‘ fair balance’ tussen beide rechten heeft gevonden door afweging van de bijzondere omstandigheden van het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96c52ecdf607f4861d99d1c1a715cff15e009401ca182bfbf8c7df9081342c8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96c52ecdf607f4861d99d1c1a715cff15e009401ca182bfbf8c7df9081342c8d, en de alinea staat in dat document op bytes 18324 tot 19111.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96c52ecdf607f4861d99d1c1a715cff15e009401ca182bfbf8c7df9081342c8d | shasum -a 256