Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016
Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:929.
Ook deze klachten falen naar mijn mening. Het hof heeft de stellingen van Pretium niet opgevat (en behoefde deze ook niet op te vatten) als een beroep op de zelfstandige onrechtmatigheid van de inkleding en vormgeving van de uitzending, maar als een beroep op de onrechtmatigheid daarvan in samenhang met de omstandigheid dat de uitlatingen/beschuldigingen onvoldoende steun (zouden) vinden in de feiten. In het licht van ‘s hofs oordeel dat de berichtgeving over de zaak [betrokkene 1] voldoende steun vindt in de feiten, is het daaraan gekoppelde oordeel dat aan de rechtmatigheid van de berichtgeving niet afdoet dat het item zwaar is aangezet door de inleiding en vormgeving daarvan, niet onbegrijpelijk. Dit oordeel, dat sterk verweven is met waarderingen van feitelijke aard, leent zich verder niet voor toetsing in cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96c52ecdf607f4861d99d1c1a715cff15e009401ca182bfbf8c7df9081342c8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96c52ecdf607f4861d99d1c1a715cff15e009401ca182bfbf8c7df9081342c8d, en de alinea staat in dat document op bytes 42234 tot 43081.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96c52ecdf607f4861d99d1c1a715cff15e009401ca182bfbf8c7df9081342c8d | shasum -a 256