Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:930.

Het voorgaande rechtvaardigt echter nog niet de conclusie dat het hof de grenzen van de rechtsstrijd in acht heeft genomen. Dat de gedeeltelijke gegrondbevinding van de derde grief van Blaimont (in cassatie onbestreden) met zich bracht dat de door de voorzieningenrechter onder 5.3 getroffen voorziening diende te worden geherformuleerd voor zover zij verband hield met de voorziening onder 5.2 (met betrekking tot het beslag op de bouwpercelen), impliceerde niet dat een herformulering van de voorziening onder 5.3 óók in relatie tot de voorziening onder 5.1 (met betrekking tot het conservatoire derdenbeslag) onontkoombaar was. Het hof had de voorziening onder 5.3 zeer wel in tweeën kunnen knippen en zowel die voorziening voor zover zij de voorziening onder 5.1 betrof als die laatste voorziening zelf ongewijzigd in stand kunnen laten. Het hof had dit een en ander mijns inziens ook moeten doen, nu de derde grief van Blaimont, zoals het middel onder 21 terecht betoogt, onmogelijk aldus kan worden uitgelegd dat zij mede tot een wijziging laat staan een vernietiging van de voorziening onder 5.3 jo 5.1 strekte. Daarbij acht ik mede van belang dat het hof ermee bekend was dat Blaimont zich op het standpunt stelde dat FNI op grond van overtreding van de voorziening onder 5.3 jo 5.1 reeds dwangsommen had verbeurd, en dat het niet voor de hand lag dat Blaimont de volgens haar reeds verbeurde dwangsommen in de waagschaal zou stellen door (met haar incidentele appel, dat op 17 februari 2015 werd ingesteld) op een wijziging van de voorziening onder 5.3 jo 5.1 aan te sturen. In dat verband ware immers te bedenken dat in het geval dat de appelrechter de door de voorzieningenrechter getroffen voorzieningen wijzigt, een bekrachtiging van het vonnis van de voorzieningenrechter is uitgesloten, ook als met die bekrachtiging slechts is bedoeld de gewijzigde voorziening van stonde af aan te laten gelden. Een dwangsom kan immers niet met terugwerkende kracht aan een later gewijzigde veroordeling worden verbonden. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad moet de appelrechter in een dergelijk geval de in eerste aanleg getroffen voorziening vernietigen, met als gevolg dat aan de eventueel op grond van die voorziening reeds verbeurde dwangsommen de grondslag komt te ontvallen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4efdff4aefea9c55c2e30b43ad21991fa8c7712c60186a5b8bf4c494303012bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4efdff4aefea9c55c2e30b43ad21991fa8c7712c60186a5b8bf4c494303012bc, en de alinea staat in dat document op bytes 56201 tot 58567.