Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016
Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:932.
Dat het hof in rov. 3.7 (eerste zin) slechts de vastgestelde feiten “aangaande periode vlak voor het sluiten van de vaststellingsovereenkomst” bij zijn oordeel betrekt, geeft evenmin blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad heeft in het arrest Stingel/Sietsema immers bepaald dat het bij de beantwoording van de vraag of misbruik is gemaakt van omstandigheden als bedoeld in art. 3:44 lid 4 BW enkel aankomt op omstandigheden bij het aangaan van de overeenkomst .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a5f7fcc8a4c0bcf5213ff73bedf48a1410bf61aa54b79137c61fc48c9c92118. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a5f7fcc8a4c0bcf5213ff73bedf48a1410bf61aa54b79137c61fc48c9c92118, en de alinea staat in dat document op bytes 69177 tot 69768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a5f7fcc8a4c0bcf5213ff73bedf48a1410bf61aa54b79137c61fc48c9c92118 | shasum -a 256