Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016

Onder 5.57 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:932.

Bakels heeft in zijn conclusie vóór voornoemd arrest betoogd dat toepassing van de “doorbraakjurisprudentie” twijfelachtiger wordt naarmate de desbetreffende beslissing minder met het eigenlijke geschil en meer met een ongestoord en vlot verloop van de procesgang heeft te maken (door hem aangeduid als ‘‘type verkeersregelingen’’). Volgens Bakels wordt de grens overschreden wanneer sprake is van een rolbeschikking . Bij deze opvatting sluit ik mij aan. De aard van een rolbeschikking brengt mee dat een partij daardoor niet – wezenlijk – in zijn procesbelang wordt geraakt, zodat het, mede gezien de daardoor optredende vertraging in de procedure, niet wenselijk zou zijn wanneer een rolbeschikking tussentijds ter beoordeling aan een hogere rechter zou kunnen worden voorgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a5f7fcc8a4c0bcf5213ff73bedf48a1410bf61aa54b79137c61fc48c9c92118. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a5f7fcc8a4c0bcf5213ff73bedf48a1410bf61aa54b79137c61fc48c9c92118, en de alinea staat in dat document op bytes 113434 tot 114375.