Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:935.

Een vordering of verzoek tot herroeping dient binnen drie maanden nadat de grond voor herroeping is ontstaan, te worden ingesteld op (een of meer van) de in art. 382 Rv genoemde gronden bij de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld (art. 384 Rv). In geval van bedrog in het geding loopt de termijn van drie maanden dus vanaf de ontdekking van het bedrog .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831, en de alinea staat in dat document op bytes 20274 tot 20740.