Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:935.

Subonderdeel 1.2 klaagt dat het hof met zijn oordeelsvorming bovendien heeft miskend dat het (met zijn arrest van 31 oktober 2000) een juridisch probleem van openbare orde heeft gecreëerd waarover het hof zich in het bestreden arrest alsnog ambtshalve had moeten uitspreken. Betoogd wordt dat nu het hof in het arrest van 31 oktober 2000 niet de oorspronkelijke contractspartij, Iraqi Ports, maar de staat Irak en de centrale bank van Irak als schuldenaren van [verweerster] heeft aangemerkt, het hof in het bestreden arrest van 10 maart 2015 alsnog ambtshalve had dienen te onderzoeken of de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht heeft om over het onderhavige rechtsgeschil te oordelen. Betoogd wordt dat de regels van internationaal bevoegdheidsrecht van openbare orde zijn en door de rechter in hoger beroep ambtshalve dienen te worden getoetst, ook indien geen van de partijen zich over de vraag naar de rechtsmacht van de Nederlandse rechter heeft uitgelaten en tevens indien de vraag buiten de rechtsstrijd van partijen valt . Betoogd wordt ten slotte dat er geen regel of reden is waarom het de Nederlandse rechter in een herroepingsprocedure zou vrijstaan de mogelijke schending van een regel van openbare orde te sanctioneren met zijn uitspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831, en de alinea staat in dat document op bytes 28509 tot 29894.