Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 2.30 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:935.

Subonderdeel 1.6 klaagt dat het onjuist dan wel onbegrijpelijk is dat het hof de vordering van [verweerster] tegen de centrale bank van Irak heeft toegewezen en in stand heeft gelaten omdat de centrale bank van Irak altijd een eigen en volledige rechtspersoonlijkheid heeft gehad en de hoofdelijk veroordeling van de centrale bank van Irak door het hof in het verstekarrest getuigt van een onjuiste rechtsopvatting van het volkenrecht. Betoogd wordt dat naar geldend volkenrecht een vordering op de staat niet tevens een vordering op de centrale bank van die staat oplevert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831, en de alinea staat in dat document op bytes 39268 tot 39901.