Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:935.
Ook dit subonderdeel mist feitelijke grondslag omdat het hof in het bestreden arrest in het geheel niet heeft geoordeeld over de vordering van [verweerster] jegens de centrale bank van Irak. Het hof heeft Irak c.s. slechts in hun vordering tot herroeping van het arrest van 31 oktober 2000 in rechtsoverweging 2.5 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn van art. 383 Rv en in rechtsoverweging 2.6 deze vordering afgewezen omdat het verzwijgen van verjaring geen bedrog oplevert in de zin van art. 382 Rv. Niet gezegd kan dan ook worden dat het hof in enig oordeel van het bestreden arrest heeft miskend dat een centrale bank niet aansprakelijk kan worden gehouden voor een vordering van de staat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831, en de alinea staat in dat document op bytes 39981 tot 40716.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831 | shasum -a 256