Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Onder 2.33 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:935.
Ook deze klacht kan m.i. niet slagen omdat het hof niet was gehouden een onderscheid te maken tussen de staat Irak en de centrale bank van Irak als procespartijen bij de beoordeling van de vraag of de door hen beide ingestelde vordering kon worden toegewezen. Noch in de herroepingsprocedure inleidende dagvaarding noch in de andere processtukken wordt het standpunt ingenomen dat er een onderscheid dient te worden gemaakt tussen beide procespartijen met betrekking tot het tijdstip waarop zij bekend zijn geworden met het bedrog van [verweerster] in de zin van art. 382 Rv. Het hof was dan ook niet gehouden een onderscheid tussen beide procespartijen te maken in zijn onderzoek naar de vraag wanneer Irak c.s. bekend zijn geworden met het gestelde bedrog door [verweerster] teneinde het beroep op niet-ontvankelijkheid te kunnen beoordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831, en de alinea staat in dat document op bytes 41626 tot 42484.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831 | shasum -a 256