Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 2.34 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:935.

Subonderdeel 2.1 richt zich met zowel een rechtsklacht als een motiveringsklacht tegen het oordeel van het hof in rechtsoverweging 2.6 dat de Nederlandse rechter niet ambtshalve de mogelijke verjaring van de pretense vorderingen aan de orde kon stellen omdat dit een verweer is waarop de schuldenaar zelf een beroep moet doen in de procedure. Betoogd wordt dat het hof wel degelijk uit eigen beweging belang had kunnen en moeten hechten aan het ontbreken van bewijs van de stuitingshandelingen door [verweerster] in het dossier. Voorts wordt betoogd dat onbegrijpelijk is dat het hof de mogelijkheid openlaat dat Irak c.s. zich niet op verjaring zouden hebben beroepen indien zij in de procedure waren verschenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831, en de alinea staat in dat document op bytes 42564 tot 43336.