Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:935.
De klachten in het subonderdeel stuiten af op het bepaalde in art. 3:322 lid 1 BW waarin is voorgeschreven dat de rechter niet ambtshalve het middel van verjaring mag toepassen. Het oordeel van het hof dat ook indien [verweerster] in de procedure die heeft geleid tot het arrest van 31 oktober 2000 had gewezen op het feit dat haar vordering reeds was verjaard ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding, rechtbank en hof deze verjaring niet ambtshalve hadden mogen toepassen in een verstekprocedure, zodat geen sprake is van bedrog of een oneerlijke proceshouding van de kant van [verweerster] in de zin van art. 382 Rv, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831, en de alinea staat in dat document op bytes 43416 tot 44171.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbe9238da539d5e4ce65686393368f8766cb1c5fb2e0754f7f8d6c6602411831 | shasum -a 256