Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.22.1 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:938.

Daaraan staat het bij 3.15 genoemde arrest van HR 4 september 1998 mijns inziens niet in de weg. De daar sub (i) genoemde ervaringsregel brengt mee, dat een betwisting van de ontvangst van een per gewone post verzonden stuk in een individueel geval niet als ongeloofwaardig ter zijde kan worden geschoven. Er is immers een niet geheel te verwaarlozen kans dat een per gewone post verzonden stuk te laat aankomt of wegraakt. Behoudens een dergelijke concrete betwisting, kan m.i. in beginsel worden uitgegaan van de ‘complementaire’ ervaringsregel, dat gewone post in de meeste gevallen wel na een of meer dagen wordt bezorgd. Daarop kan de feitenechter een beleid ter zake van de te hanteren termijn baseren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652, en de alinea staat in dat document op bytes 48970 tot 49696.