Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Onder 3.38.2 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:938.
Hoewel een veertiendagenbrief vooral nuttig effect kan sorteren om te voorkómen dat vergeetachtige of nochalante schuldenaren buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd worden, betekent dat m.i. niet dat het vereiste van een veertiendagenbrief versoepeld zou kunnen worden indien de schuldenaar niet bereid of (tijdelijk of blijvend) niet in staat is tot betaling. In dergelijke gevallen kan, afhankelijk van wat de schuldeiser reeds bekend is of behoort te zijn over de positie van de schuldenaar, soms eerder de vraag rijzen of in redelijkheid tot het verzenden van de veertiendagenbrief kon worden overgegaan (de eerste redelijkheidstoets). In ieder geval kan dit niet rechtvaardigen dat de eis van een veertiendagenbrief niet wordt gehandhaafd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652, en de alinea staat in dat document op bytes 67909 tot 68676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652 | shasum -a 256