Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Onder 3.46 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:938.
Het is aan de rechter om te beoordelen of de consument-schuldenaar die in de procedure is verschenen een verweer heeft gevoerd dat (ook) ziet op de verschuldigdheid van de forfaitaire incassokosten dan wel dat ter zake van die verschuldigdheid tussen partijen geen verschil van mening bestaat. Het strookt met het consumentenbeschermende karakter van de veertiendagenbrief en het stelsel van forfaitaire vergoeding van art. 6:96, leden 5-7, BW en het Besluit dat de rechter, ook bij ontbreken van een specifiek daarop gericht verweer van de in de procedure verschenen consument-schuldenaar, toetst of de eiser voldoende stellingen heeft aangevoerd waaruit de verschuldigdheid van die kosten blijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652, en de alinea staat in dat document op bytes 77494 tot 78206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652 | shasum -a 256