Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.51 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:938.

Indien een deel van de vordering wordt voldaan, dan is een forfaitaire vergoeding van de incassohandelingen op zijn plaats. Het valt echter niet in te zien dat de hoogte van die vergoeding ook dan nog zou moeten worden bepaald aan de hand van de hoogte van de oorspronkelijke vordering, nu de hoogte van de forfaitaire vergoeding afhangt van de hoogte van vordering en de oorsponkelijk vordering in die omvang niet meer bestaat. Het is daarom het meest in overeenstemming met het consumentenbeschermende karakter van de veertiendagenbrief en met het stelsel van art. 6:96, leden 5-7 BW, en het Besluit dat na een deelbetaling de verschuldigde incassokosten worden herberekend. Dit wordt onderschreven door KBvG (s.o. nr. 5.6.3) en de Consumentenbond (s.o. p. 13). Daarbij zij overigens opgemerkt dat dit niet steeds tot een ander bedrag zal leiden, nu het Besluit werkt met categorieën en met een minimumvergoeding van €40,-.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652, en de alinea staat in dat document op bytes 80539 tot 81480.