Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.6.4 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:938.

“ 5.4 Vormvoorschrift aanmaning en ontvangst In de parlementaire geschiedenis is naar voren gekomen dat de schuldeiser kan kiezen voor aangetekende verzending van de aanmaning teneinde er zeker van te zijn dat de aanmaning is ontvangen en vervolgens de termijn van 14 dagen gaat lopen. Hieruit volgt als uitgangspunt dat de aanmaning schriftelijk gedaan wordt. Dit roept de vraag op of ook een digitaal verzonden aanmaning, die overigens voldoet aan het bepaalde van art. 6:96 lid 6 BW, een toereikende basis voor gevorderde incassokosten oplevert. De werkgroep is van mening dat volstaan kan worden met een schriftelijke of digitale aanmaning zolang de schuldeiser kan aantonen dat de aanmaning de schuldenaar heeft bereikt (…).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652, en de alinea staat in dat document op bytes 27916 tot 28763.