Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:938.

Hierbij moet worden gepreciseerd dat bij betwisting van de ontvangst van de veertiendagenbrief, de schuldeiser niet zal kunnen volstaan met het bewijs dat de veertiendagenbrief is (verzonden en) ontvangen. Wil voldaan zijn aan de eisen van art. 6:96 lid 6 BW, dan zal immers ook voldoende duidelijk moeten zijn wanneer deze is ontvangen. De ontvangstdatum is immers relevant voor de berekening van de aanvang − op de daarop volgende dag − van de veertiendagentermijn en daarmee voor de periode waarin de schuldenaar de vordering nog kan voldoen zonder incassokosten conform het Besluit verschuldigd te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7241d4d17263fb9458de9f528c853c7bb07f3e22b385e1a757f16f82817652, en de alinea staat in dat document op bytes 38095 tot 38793.