Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Onder 3.16.5 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:940.
Het is aan de partij die jegens de Staat aanspraak meent te kunnen maken op schadevergoeding, om te stellen en te bewijzen dat van overschrijding van de redelijke termijn sprake is. De rechter kan een overschrijding voorshands bewezen achten, mits er sprake is van een zeer lange feitelijke duur van de procedure. De beoordeling welke termijn als redelijk heeft te gelden is in hoge mate afhankelijk van de bijzonderheden van de concrete zaak . Verschillende aspecten zijn van belang, zoals de aard en ingewikkeldheid van de procedure, het concrete procesverloop en de opstelling van partijen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d, en de alinea staat in dat document op bytes 85023 tot 85693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d | shasum -a 256