Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:940.
Dat, zoals het middel betoogt, de mogelijkheid dat de in het ongelijk gestelde partij in de kosten wordt veroordeeld, het civiele geding zijn karakter van “effective remedy” in de zin van art. 13 EVRM zou ontnemen, kan niet worden aanvaard, al was het maar omdat art. 13 een “effective remedy” toekent aan “(e)veryone whose rights and freedoms as set forth in this Convention are violated” en de in het ongelijk gestelde partij doorgaans niet aan die kwalificatie zal voldoen. Zou art. 13 EVRM zich tegen een proceskostenveroordeling van de in het ongelijk gestelde partij verzetten, dan zou dat overigens, geheel in het algemeen, twijfels over de conformiteit van het nationale procesrecht met het EVRM oproepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d, en de alinea staat in dat document op bytes 96323 tot 97168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d | shasum -a 256