Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:940.
52. De kantonrechter overweegt dat uit constante jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), onder meer in de zaak Scordino v. Italy (36813/97 van 29 maart 2006), blijkt dat het EHRM uitgaat van een sterk doch weerlegbaar vermoeden dat excessief lange procedures immateriële schade veroorzaken. Dit betekent dat toewijzing van immateriële schadevergoeding bij een substantiële overschrijding van de redelijke termijn in beginsel mogelijk is. Daarbij moet artikel 6:106 BW worden toegepast met inachtneming van de rechtstreekse werking hebbende artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het voorgaande betekent dat immateriële schade wegens spanningen en frustratie over het uitblijven van een definitieve beslissing in een geschil over burgerlijk recht in beginsel toewijsbaar is. Artikelen 6 en 13 EVRM brengen mee dat aangenomen moet worden dat een substantiële overschrijding van de redelijke termijn bedoeld in artikel 6 EVRM in beginsel een onrechtmatige daad van de Staat oplevert, die aanleiding geeft tot toekenning van schadevergoeding (vgl. gerechtshof ’s-Gravenhage, 24 februari 2009, LJN: BH4210).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d, en de alinea staat in dat document op bytes 26911 tot 28106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d | shasum -a 256