Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:940.

17. Vaststaat dat de procedure in eerste aanleg in totaal 3 jaar en 4 maanden (heeft) geduurd en dat de procedure in zijn geheel, dat wil zeggen vanaf inleidende dagvaarding tot en met de uitspraak in cassatie, 9,5 jaar heeft geduurd. Afgezien van de onder 13 genoemde onnodige vertraging van 5,5 maand tijdens de eerste aanleg, hebben zich, zo blijkt uit hetgeen hierboven is overwogen, geen andere onnodige vertragingen voorgedaan. Het hof acht genoemde vertraging van 5,5 maanden niet onaanvaardbaar lang en is meer in het algemeen van oordeel dat geen sprake is van een substantiële overschrijding van de redelijke termijn. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking het feit dat bij het geschil meerdere partijen betrokken waren en dat tijdens de procedure een WSNP-aanvraag van een medegedaagde, respectievelijk een faillissementsaanvraag werd ingediend. Ook grief 16 heeft derhalve geen succes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c12220b0d2af1f797ade6c156e964f0576325350df9ed80edea662335f3ffc2d, en de alinea staat in dat document op bytes 49584 tot 50497.