Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016
Onder 4.35 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:954.
Heeft evenwel een daarmee belaste partij aangeboden bewijs van een relevant feit te leveren en heeft zij dit aanbod voldoende geconcretiseerd, dan staat het de rechter niet vrij bij voorbaat onaannemelijk te oordelen dat zij in dat bewijs zal slagen. Eerst nadat de partij in de gelegenheid is gesteld haar bewijsmiddelen over te leggen, c.q. haar getuigen te doen horen, zal de rechter de bewijsmiddelen kunnen, en dan ook moeten, beoordelen. Volgens art. 8:63, tweede lid, Awb kan de rechter (pas) afzien van het horen van een door een partij meegebrachte of opgeroepen getuige of deskundige, indien hij van oordeel is dat dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Een aanbod tot het leveren van getuigenbewijs mag bovendien niet spoedig worden gepasseerd enkel omdat het onvoldoende gespecificeerd zou zijn; het hof [moet] zo nodig opheldering [vragen, A-G] omtrent het aanbod.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4c28e8c94100074239093eeb4c3c8edec7de0662b7232c6c03af65fcb71b8f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4c28e8c94100074239093eeb4c3c8edec7de0662b7232c6c03af65fcb71b8f5, en de alinea staat in dat document op bytes 89834 tot 90756.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4c28e8c94100074239093eeb4c3c8edec7de0662b7232c6c03af65fcb71b8f5 | shasum -a 256