Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Alinea 131 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:96.

16. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, komt uit de bewijsmiddelen enkel naar voren dat verzoeker als voormalig leidinggevende (respectievelijk als baliemedewerker) van een coffeeshop te boek stond, hij een broer is van [medeverdachte 7] die samen met zijn broers de spullen regelde, [betrokkene 1] onder anderen voor verzoeker kwam en op een GBA-adres van verzoeker hasjiesj, weed en vooraf gedraaide joints zijn aangetroffen. Daaruit zou weliswaar het beeld kunnen ontstaan dat verzoeker óók illegaal bezig is geweest, maar welk doen en laten van verzoeker nu precies in verband kan worden gebracht met een criminele organisatie, die kennelijk onder leiding stond van [medeverdachte 7] , valt uit de bewijsconstructie van het Hof niet af te leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce, en de alinea staat in dat document op bytes 34226 tot 35061.