Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Alinea 135 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:96.
“52. Daar komt bij dat, hoewel er wellicht contante bedragen op een bankrekening zijn gestort, deze bedragen allen herleidbaar zijn geweest en zijn teruggevonden. Ook hierdoor geldt dat de gedragingen van cliënt, het contant storten op rekening, (kennelijk) niet waren gericht op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die bedragen. Zelfs wanneer deze gelden vervolgens vanaf die bankrekeningen zijn gebruikt voor betalingen, is geen sprake van een verhullingshandeling. Immers kunnen deze bedragen, via de rekeningafschriften, worden nagegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce, en de alinea staat in dat document op bytes 36017 tot 36610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce | shasum -a 256