Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:96.

20. Daarnaast meent de rechtbank, dat het niet registreren van een (groot) gedeelte van de omzet zou betekenen dat de gedoogvoorwaarden (structureel) worden overtreden. Hiertoe heeft de verdediging reeds in eerste aanleg aangevoerd (punt 27 en 28 pleitnota) dat het geld wat door cliënten in hun broekzak werd gestopt (en door hen ook is aangegeven bij de rechter-commissaris), niet ziet op omzetverzwijging in het kader van de (vermeende) criminele organisatie. Het bétreft een individuele actie ter eigen besteding. Mocht er al sprake zijn van een strafbaar feit, zou dit hooguit verduistering (binnen dienstbetrekking) kunnen zijn. Alle broers hebben echter verklaard dat zij niet op de hoogte waren van elkaars ‘verduisering’. Gelet hierop kan dit gegeven niet bijdragen aan het al dan niet bestaan van een criminele organisatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce, en de alinea staat in dat document op bytes 15124 tot 15976.