Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:96.
35. Het betreft zaaksdossier I. Op verzoek van [medeverdachte 7] zou [betrokkene 15] betaald krijgen in de shop. Uit tapgesprek TC15/91 (p. 1586) blijkt slechts dat [verdachte] in de shop is en [medeverdachte 7] aan de lijn krijgt. [medeverdachte 7] zegt tegen [verdachte] dat [medeverdachte 5] geld heeft liggen. Dat geld moet aan die jongen worden gegeven. Nogmaals: uit dit tapgesprek blijkt niet dat cliënt op de hoogte moet zijn geweest van een strafbaar feit. Niet duidelijk wordt waar het geld voor is, hoeveel het is, wat [medeverdachte 5] er mee te maken heeft en of [verdachte] dit geld uiteindelijk heeft overgedragen. Kortom: onvoldoende om te stellen dat cliënt betrokken is bij de grootschalige hasjhandel.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce, en de alinea staat in dat document op bytes 21197 tot 21935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce | shasum -a 256