Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:96.

13. Ook echter als het Hof de uiteenzetting van de raadsvrouw wél als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt heeft aangemerkt, en daar heeft het gelet op de hiervoor weergegeven bewijsoverweging enige schijn van, is het middel mijns inziens terecht voorgesteld. In dat geval is het Hof van dit standpunt afgeweken zonder – en zulks in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv - in het bijzonder de redenen op te geven die daartoe hebben geleid. Dit is een verzuim dat ingevolge art. 359, achtste lid, Sv nietigheid tot gevolg heeft, nu die redenen naar mijn beoordeling in onvoldoende mate blijken uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4dfca84be8b642aaddaa4368816880f1d481b900f2cf1cff5ea6b9b213ebce, en de alinea staat in dat document op bytes 23786 tot 24455.