Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2016

Onder 1.8 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:963.

Namens [verzoeker] is tijdig een cassatieverzoekschrift ingediend. Daarin is een voorbehoud tot aanvulling van het middel opgenomen, zowel in verband met het nog niet beschikbare proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 april 2016, als ten aanzien van diverse andere ontbrekende gedingstukken . Van het eerste voorbehoud is geen gebruik gemaakt. Voor het overige is het voorbehoud niet toelaatbaar. Art. 4 van het Reglement rekestzaken van de civiele kamer van de Hoge Raad der Nederlanden (per 1 juli 2012) beperkt de mogelijkheid van het indienen van een aanvullend verzoekschrift na een daartoe gemaakt voorbehoud slechts tot de (niet tijdig beschikbare) bestreden uitspraak dan wel het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in voorgaande instantie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b1bbbbc9f40adf4d16aab2af4beb5c815973f7b30d3bf04d83cd3624a5e07a99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b1bbbbc9f40adf4d16aab2af4beb5c815973f7b30d3bf04d83cd3624a5e07a99, en de alinea staat in dat document op bytes 20373 tot 21284.