Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

“(…). Nergens in de parlementaire stukken van de drie wetsvoorstellen (de novelle meegerekend) lezen we wat nu precies moet worden verstaan onder een ‘voor verhuur bestemde’ woning. Dat partijen, de rechtbank en het hof dan te rade gaan bij Titel 4 (huur) van boek 7 BW, kan ik wel begrijpen. Dat de rechtbank en het hof aan de hand van de feiten tot de conclusie komen dat sprake is van huurwoningen, begrijp ik ook wel. Maar de uitkomst is niet echt bevredigend. Een probleem bij hofjes zoals in het onderhavige geding, is dat de verhuurderheffing relatief hoog is ten opzichte van de huur (of hoe partijen de vergoeding voor het gebruik van de woningen ook noemen). De verhuurderheffing drukt dan onevenredig op de begroting van de beheerders van de hofjes – zeker naarmate het aantal woningen aanzienlijk groter is dan tien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 43404 tot 44255.