Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.
De Staatssecretaris leidt bij verweer uit het door de belanghebbende aangehaalde arrest HR NJ 1991/678 af dat van een tegenprestatie alleen dan geen sprake is wanneer het betaalde bedrag een te verwaarlozen element betreft en daarnaast ook geen andere op geld waardeerbare tegenprestaties worden verricht. Het Hof mocht zijns inziens mede betekenis hechten aan de verplichtingen die voortvloeien uit het bewoningsreglement. Het Hof is volgens de Staatssecretaris uitgegaan van een juiste rechtsopvatting. Nu de belanghebbende aan de bewoonsters tegen een niet verwaarloosbare tegenprestatie een zaak in gebruik verstrekt, is zijn oordeel niet onbegrijpelijk. De Staatssecretaris wijst erop dat blijkens de parlementaire geschiedenis de wetgever geen uitzondering heeft willen maken voor hofjeswoningen die tegen een relatief lage vergoeding ter beschikking worden gesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 49490 tot 50475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9 | shasum -a 256