Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 5.16 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

Uit het hieronder (5.24) opgenomen overzicht blijkt dat voor de belanghebbende de verhuurderheffing in 2017 kan oplopen tot bijna acht keer de totale bruto maandbijdrage. Huurtoeslag is voorts, zoals boven bleek, aan beperkingen onderworpen. De basishuur (zie 4.12 en 4.13) blijft te allen tijde voor rekening van de huurder. Voor overigens kwalificerende alleenstaanden tot de AOW‑leeftijd bedroeg de minimum rekenhuur in 2013 € 222,18. Voor alleenwonende personen in de AOW-leeftijd lag dit bedrag in 2013 op € 220,36. Beneden deze maandbedragen komt niemand in aanmerking voor huurtoeslag. Dat betekent dat - als in casu sprake is van verhuur (zie 8.1 - 8.8 hieronder) – slechts één bewoonster mogelijk voor toeslag in aanmerking zou kunnen komen: zij betaalt € 221 per maand voor een ‘dubbel huisje’. Nu het om een eenpersoons ouderenhuishouden gaat, zou zij voor huurtoeslag in aanmerking kunnen komen voor zover haar bijdrage € 220,36 overtreft. De overige bewoonsters dragen veel minder bij; de op één na hoogste bijdrage, die eveneens door slechts één bewoonster wordt betaald, beloopt € 115 per maand. Dertien bewoonsters betalen € 19 per maand; achttien bewoonsters € 46. De veronderstelling dat de huurtoeslag ook geldt voor hofjesbewoners als de huurprijs beneden de maximumhuurgrenzen van de huurtoeslag blijft, mist dus feitelijke grondslag. Die veronderstelling gaat voorbij aan de minimum rekenhuur/basishuur of is gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat er geen gevallen bestaan zoals dat van de (bewoonsters van de) belanghebbende, die bedragen (ver) beneden de basishuur betalen. Voor zover de wetgever dit wél onderkend zou hebben en verondersteld zou hebben dat een hofje zoals de belanghebbende de bijdragen zou kunnen optrekken naar de maximaal redelijke huur, mist ook die veronderstelling feitelijke grondslag, nu – áls het om huur gaat – de belanghebbende de bijdragen met niet meer dan het wettelijke maximum huurverhogingspercentage kan verhogen (zie de artt. 248(1), 250 en 252 boek 7 BW en art. 10(2) en 13 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 90560 tot 92980.