Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 6.2 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde eind 2015 over een zaak van een verhuurder die 116 huurwoningen bezat, waarvan 62 antikraakwoningen en 30 Leegstandwetwoningen. Zij oordeelde dat ook de antikraakwoningen en ook de Leegstand-wetwoningen in de grondslag van de verhuurderheffing vielen. Zij vatte de term “verhuur” in de Wet verhuurderheffing op volgens het civiele recht. Bij de Leegstandwetwoningen ging het haars inziens om tijdelijke verhuur in de zin van art. 7:201(1) BW en daarmee om verhuur in de zin van art. 2(a) Wvh, nu Leegstandwetwoningen niet expliciet zijn uitgezonderd in de Wet verhuurderheffing. Dat de Leegstandwetwoningen de uiteindelijke bestemming hadden om te worden gesloopt of verkocht, achtte de Rechtbank niet relevant; zij waren volgens haar desondanks ‘bestemd voor verhuur’ in de zin van de Wet, nu zij op 1 januari 2013 werden verhuurd dan wel het de bedoeling was hen op korte termijn tijdelijk te verhuren. Zij overwoog dat in de wetsgeschiedenis:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 117433 tot 118508.