Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 7.4 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

Uit de jurisprudentie van uw eerste kamer volgt dat voor de kwalificatie van een overeenkomst als “huur” de werkelijke inhoud en strekking van de overeenkomst en hetgeen de partijen bij het aangaan voor ogen stond, prevaleren boven de vorm en de naamgeving van de overeenkomst. Benamingen zoals “stallingsovereenkomst” of “pachtovereenkomst” staan niet in de weg aan kwalificatie als huurovereenkomst. Zo oordeelde uw eerste kamer in HR NJ 1964/215:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 124736 tot 125309.