Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016
Onder 8.2 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.
Het gaat er in belanghebbendes zaak vooral om of van een ‘tegenprestatie’ in de zin van art. 7:201 BW gesproken kan worden. Daarvoor is vereist, zo bleek, dat de bewoonsters en de belanghebbende met het bewoningsreglement en de maandelijkse vergoeding voor ogen heeft gestaan – en het ook feitelijk zo is – dat de bewoonsters een voldoende bepaalbare en rechtens afdwingbare prestatie verrichten jegens de belanghebbende in uitsluitend verband met en enigszins in verhouding tot het gebruik van de hun ter beschikking gestelde woonruimte. Met ‘enigszins in verhouding’, zoals de boven geciteerde literatuur het formuleert, wordt naar ik aanneem hetzelfde bedoeld als hetgeen de geciteerde civiele rechters aanduiden als niet-irreëel c.q. niet-symbolisch.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 158979 tot 159759.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9 | shasum -a 256