Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 8.4 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

Ik meen dat dit oordeel ofwel niet op de juiste maatstaf is gebaseerd, ofwel berust op verkeerde toepassing ervan, ofwel onvoldoende is gemotiveerd. Mijns inziens doen noch de gemiddeld e maandelijkse bijdragen, noch de inkomens- en vermogenspositie van de bewoonsters ter zake voor de vraag of het om huur gaat. Het gemiddelde bijdragebedrag beantwoordt niet de vraag waar het om gaat, namelijk tot betaling waarvan - naar hetgeen de partijen voor ogen stond - het concrete bedrag strekt dat een individuele bewoonster aan de belanghebbende betaalt. ‘s Hofs argument (ii) lijkt sterker, maar werpt daarop mijns inziens evenmin veel licht, gegeven dat (a) de belanghebbende ook de gemeentelijke lasten ten laste van de bewoonsters draagt, die niet verwaarloosbaar zijn (zie voetnoot 126) en (b) ook bij inaanmerkingneming van ligging en voorzieningen het gaat om op basis daarvan onverklaarbaar zeer lage bijdragen. Als de inkomens- of vermogenspositie van de bewoonster ter zake zou doen, zou pas bij een (veel) hogere maandelijkse vergoeding sprake kunnen zijn van huur als en naarmate de gebruiker (veel) vermogender is. De realiteit van de tegenprestatie moet mijns inziens uitsluitend worden gerelateerd aan hetgeen daar tegenover staat; niet aan de persoonlijke financiële positie van de bewoonster. Ad absurdum impliceert deze redengeving immers dat het concept scheef huren onbestaanbaar is en dat Warren Buffett en George Soros nooit zouden kunnen huren. Dat een bewoonster het bewoningsreglement moet naleven, werpt mijns inziens evenmin licht op de vraag of de bewoonsters een voldoende bepaalbare en rechtens afdwingbare prestatie verrichten jegens de belanghebbende in uitsluitend verband met en enigszins in verhouding tot het gebruik van de hen ter beschikking gestelde woonruimte, nu dat reglement behalve een zeer lage maandelijkse bijdrage geen prestatie van de bewoonsters vraagt die strekt tot compensatie voor het gebruik van de woning, en dat reglement bepalingen bevat die niet op huur duiden, zoals de bepalingen dat zonder schriftelijke toestemming geen man mag overnachten, dat overnachting van een vrouw of een kind tevoren moet worden gemeld, dat afwezigheid van één of meer nachten en ook terugkomst moet worden gemeld en dat het gebruiksrecht vervalt als de bewoonster trouwt. Het reglement verbiedt voorts ‘verhuur’, niet ‘onderverhuur’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 160689 tot 163186.