Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 8.8 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

Gezien de in 8.5 weergegeven maatstaf en de in 8.6 genoemde omstandigheden, acht ik ’s Hofs oordeel dat bij alle bewoonsters sprake is van huur niet begrijpelijk en vermoedelijk ook rechtskundig onjuist, nu het Hof, gezien zijn boven weergegeven drie redengevingen, niet lijkt te zijn uitgegaan van de juiste maatstaf. Bij drie van de vier criteria voor een ‘tegenprestatie’ in de zin van art. 7:201 BW (afdwingbaarheid, uitsluitend prestatieverband, enigszins in verhouding), doen de vast staande feiten ernstige twijfel rijzen, met name bij de woningen ter zake waarvan een vergoeding ad € 19 per maand wordt betaald waaruit mede de gemeentelijke bewonerslasten bestreden moeten worden en het bewonersreglement onder meer verplicht tot aan- en afmeldingen bij een conciërge waarvoor de belanghebbende kennelijk beheerskosten maakt. Uit het in 7.6 geciteerde arrest HR NJ 2012/73 blijkt dat niet beslissend is of het reglement elementen bevat op grond waarvan op zichzelf aan de wettelijke omschrijving van huur kan zijn voldaan, maar of in de gegeven omstandigheden, gelet op hetgeen partijen ten tijde van het ondertekenen van het reglement voor ogen stond, de inhoud en strekking van hun rechtsverhouding van dien aard zijn dat zij als huurovereenkomst kan worden aangemerkt. Het Hof lijkt daaraan voorbijgegaan te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 167137 tot 168518.