Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 8.10 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

Behalve de budgettaire reden, die voor elke belasting geldt, kan geen van de in onderdeel 5 weergegeven rechtsgronden voor de verhuurderheffing oplegging verklaren aan een hofjesstichting met bewoonsters in omstandigheden zoals die van de belanghebbende. Die omstandigheden zijn door de wetgever in elk geval op twee punten niet onderkend. De wetgever heeft weliswaar onderkend dat de positie van kleinschalige charitatieve instellingen, zoals hofjes, zou kunnen verslechteren en dat mogelijk de realisering van de “oorspronkelijke gedachte achter de hofjes, (…), in zwaar weer dreigt te geraken” (zie 5.14 en 5.15) – uit de evaluatie blijkt dat zulks inderdaad het geval is (zie 5.17) – maar hij achtte het onnodig om rekening te houden met (hofjes met) minder draagkrachtige bewoonsters omdat “de betaalbaarheid voor minder draagkrachtigen blijft gewaarborgd via het instrument van de huurtoeslag, [die] geldt ook voor bewoners van (…) hofjes voor zover de huurprijs onder de geldende maximumhuurgrenzen van de huurtoeslag blijft vallen” (zie 5.14). Zoals boven (5.16) bleek, is deze veronderstelling in gevallen zoals dat van de belanghebbende niet juist. Bij 85% van haar bewoonsters kan ook een verviervoudiging van de bijdrage niet leiden tot huurtoeslag. Voor de dertien bewoonsters die € 19 per maand betalen kan een verelfvoudiging niet tot huurtoeslag leiden. Zoals boven (5.16) eveneens bleek: als sprake is van huur, kan de belanghebbende de maandelijkse bijdragen niet verveelvoudigen, maar slechts jaarlijks met het wettelijke maximum huurverhogings-percentage verhogen. De (mede)wetgever hield er voorts rekening mee (zie 5.15) dat de verhuurderheffingdruk zou kunnen oplopen tot 1 à 2 maal de totale brutomaand-huuropbrengst in 2017; in belanghebbendes geval loopt die druk in 2017 echter op tot bijna acht maal de totale bruto maandbijdrageopbrengst. Wordt de voetvrijstelling verruimd, dan nog zal de druk bijna vier maal de totale maandbijdrage bedragen. In 2016 beloopt de heffingsdruk hoe dan ook zeven maal de totale maandbijdrage. De druk is nog veel hoger als de bijdragen ter zake van de voetvrijgestelde woningen buiten aanmerking worden gelaten. De vooronderstellingen waarop de wetgever baseerde dat een specifieke regeling onnodig was voor (bewoonsters van) hofjes, missen dus feitelijke grondslag in een geval zoals dat van de belanghebbende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 168990 tot 171429.