Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 8.11 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

Het bovenstaande impliceert dat ook het afroomargument in belanghebbendes geval geen rol kan spelen: in haar geval kan, gezien de minimum rekenhuur en de veel lagere bewoonsterbijdragen, geen sprake zijn (geweest) van huurtoeslag. Evenmin is gesteld dat zij heeft geprofiteerd van objectsubsidies voor sociale woningbouw. Mogelijk heeft, andersom, de overheid/de gemeenschap geprofiteerd van de charitatieve activiteiten van de belanghebbende door besparing op, bijvoorbeeld, bijstand en huurtoeslag. Ook de argumenten dat het overheidsbeleid vraag- en prijsondersteunend heeft gewerkt en heeft geleid tot stabiliteit en gewaarborgde inkomsten, hebben in belanghebbendes geval geen betekenis. En ook het argument dat de huur als gevolg van overheidsbeleid verhoogd kon worden om scheefwonen tegen te gaan, heeft voor gevallen zoals dat van de belanghebbende geen betekenis. Van enig ‘vet’ (zie 5.15) kan in belanghebbendes geval evenmin sprake zijn. De reden die de wetgever aanvoerde om de vrije sector niet aan de verhuurderheffing te onderwerpen (zie 5.2), lijkt daarentegen juist ook voor gevallen zoals dat van de belanghebbende te gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 171509 tot 172671.