Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Onder 8.12 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:970.

De vraag is nu wat te doen met een geval dat op geen enkel relevant punt adressaat is van de verklaarde bedoelingen en veronderstellingen van de wetgever, maar daar juist buiten valt, óók buiten de veronderstellingen waarop de wetgever baseerde dat een uitzondering voor hofjes niet nodig was. Gevallen zoals dat van de belanghebbende, wier minder draagkrachtige bewoonsters ook bij een verveelvoudiging van de bijdrage - die echter niet mogelijk is als het om huur gaat - niet binnen het bereik van de door de wetgever veronderstelde huurtoeslag kunnen komen te vallen, die geen objectsubsidies genieten of hebben genoten, bij wie van ‘vet’ geen sprake kan zijn, voor wie vraag- en prijsondersteunend overheidsbeleid geen betekenis heeft (gehad), voor wie door de overheid mogelijk gemaakte huurverhogingen tegen scheefwonen irrelevant zijn, voor wie het overheidsbeleid geen bijdrage kan hebben geleverd aan marktstabiliteit of gewaarborgde inkomsten, die de overheid mogelijk juist kosten bespaard hebben, en voor wie de verhuurderheffing desondanks vier tot acht keer zo hoog uitvalt als de medewetgever in hofjesgevallen veronderstelde, vallen mijns inziens teleologisch duidelijk buiten de personele reikwijdte van de Wet verhuurderheffing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc2dea28fed9c02262812c3d40512dbd287406f92c018d4b87c83418ed130b9, en de alinea staat in dat document op bytes 172751 tot 174051.