Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016
Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:979.
Het voorgaande betekent dat met het oordeel van de rechter dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel niet goed valt te rijmen. Art. 36f lid 2 Sr bepaalt immers dat de rechter de schadevergoedingsmaatregel kan opleggen ‘indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit (lees: het bewezenverklaarde) is toegebracht’. Voor de oplegging van de maatregel is dus vereist dat de rechter zich een oordeel heeft gevormd over de vraag of sprake is van schade die rechtstreeks is geleden als gevolg van het strafbare feit. Dat vergt een inhoudelijke onderzoek waarvan de rechter nu juist op grond van art. 361 lid 3 Sv heeft afgezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398, en de alinea staat in dat document op bytes 18666 tot 19560.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398 | shasum -a 256