Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:979.

Het middel klaagt dus in wezen, zo volgt uit het voorgaande, over een innerlijke tegenstrijdigheid in de bestreden uitspraak. Dat betekent dat, mocht het middel slagen, het gevolg daarvan moet zijn dat beide beslissingen – zowel de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vorderingen als de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel – worden gecasseerd. De vraag is of de verdachte, die ter zitting van het hof geen van de vorderingen van de benadeelde partijen betwistte, bij die uitkomst wel voldoende belang heeft. Ik laat die vraag althans voorlopig rusten en concentreer mij op de vraag of in casu wel sprake is van een innerlijke tegenstrijdigheid. Dat het hof zou hebben geoordeeld dat een onderzoek naar de gegrondheid van de vorderingen een te zware belasting van het strafgeding oplevert, is gelet op de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen zo ongerijmd, dat de vraag gewettigd is of het hof niet wat anders heeft bedoeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398, en de alinea staat in dat document op bytes 19624 tot 20607.