Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Onder 3.13. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:979.

Op de vraag of deze uitleg van art. 361 lid 3 Sv als juist moet worden aanvaard, komt het in deze zaak uiteindelijk niet aan. Voldoende is dat die uitleg goed te verdedigen valt en dat daarom rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat het hof daarvan is uitgegaan. Niet uitgesloten is derhalve dat het hof van oordeel is geweest dat een onderzoek naar de vraag “welk deel van de vorderingen in het faillissement zijn meegenomen” betrekking heeft op de mogelijkheid om die vorderingen door middel van voeging als benadeelde partij in te brengen in het strafproces. Of dat oordeel juist is hangt mede af van het (faillissements)recht. Wat is de positie van de benadeelde partij als het faillissement van de verdachte bij gebrek aan baten is opgeheven? Daarover het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398, en de alinea staat in dat document op bytes 28573 tot 29374.