Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Onder 3.16. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:979.

De mogelijkheid tot een dergelijke opheffing van een faillissement is geregeld in art. 16 Fw. Dit artikel bepaalt dat “indien niet voldoende baten beschikbaar zijn voor de voldoening van de faillissementskosten en de overige boedelschulden, de rechtbank (…) bij beschikking in het openbaar uit te spreken, de opheffing van het faillissement [kan bevelen]”. Een opheffing van het faillissement wegens een gebrek aan baten kan dus enkel worden bevolen wanneer in het faillissementsboedel onvoldoende actief zit om zelfs maar de faillissementskosten en de overige boedelschulden te voldoen. Van voldoening van de vorderingen van de preferente en de concurrente crediteuren in het faillissement kan dan dus geen sprake zijn. Is het actief wel toereikend om de faillissementskosten en de overige boedelschulden te voldoen, maar niet genoeg om ook de preferente crediteuren te voldoen - de concurrente schuldeisers vissen ook dan achter het net -, dan vindt een vereenvoudigde afwikkeling van het faillissement plaats (art. 137a e.v. Fw).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b01196d9afdc43dbae6f82b39cf979eaf5b1c8556fe83c745b4f0e0d1577398, en de alinea staat in dat document op bytes 31038 tot 32153.